
Thema 2011 : Stilllife
Het Schilderfestival wordt in 2011 voor de dertiende keer georganiseerd. Intussen staat er een solide festival dat bestaat uit drie min of meer vaste componenten: 100 professionele schilders uit binnen- en buitenland; 750 – 1000 olieverfschilderijen in één week tijd; een grote groep belangstellenden en kunstliefhebbers, die jaarlijks voor zo’n 50.000 euro koopt.
Elk jaar heeft het festival een nieuw thema. Vorig jaar was dat "Naar de Natuur".
Stilllife…
Schilderfestival Noordwijk 2011 vindt inspiratie in rust en stilte
Het Schilderfestival Noordwijk 2011 schilderfestival zal haar inspiratie vinden in alle aspecten van rust en stilte. Gekozen is voor het thema ‘Stilllife’, waarmee een associatie wordt gelegd met begrippen als still in de film, stilleven, rust, onthaasten, verstilling en/of een bevroren moment. Dichter bij huis: de Voorstraat, waar de tijd soms stil staat en de duinen ten noorden van Noordwijk en ten zuiden van Katwijk, die zijn aangewezen als officiële stiltegebieden.
De gedachten gaan uit naar een zoektocht naar de inspiratieplekken van kunstenaars. Wat gebeurt er voor toverachtigs in hun atelier? In relatie met het thema stilllife zal worden geprobeerd de geheimen van de kunstenaarswerkplaats te ontrafelen door alle deelnemende kunstenaars te vragen om een schilderij van hun atelier mee te nemen op de openingsavond. Zo zal geeft de tentoonstelling Noordwijk Nat vanaf het begin een beeld van de magische plek.
Volgens het woordenboek is een still of film-still een afdruk van één van de tientallen beelden per seconde, waarvan filmscènes zijn opgebouwd. De tijd staat even stil in een bevroren beeld. Toeschouwers kunnen hun eigen gedachten laten gaan en fantaseren over de gebeurtenissen, die aan het beeld voorafgaan – over hoe het verhaal gaat aflopen. In de schilderkunst hebben velen laten inspireren door ‘bevroren’ film, stills en foto’s. Een vooraanstaand vertegenwoordiger van deze stijl is de Amerikaan Edward Hopper.
Het Nederlandse equivalent stilleven is een bekend facet in de vaderlandse schilderkunst. In de zeventiende eeuw legden Hollandse meesters de nadruk op de weergave van levenloze voorwerpen, om daarmee een tegenstelling te creëren tot de richtingen waarin zulke voorwerpen ondergeschikte elementen in een compositie zijn. Stillevens zijn in het algemeen voorstellingen van vruchten, bloemen, vlees of dode prooidieren, kruiken, eetgerei en andere voorwerpen. In de vorige eeuw gaven George Braques en Picasso een nieuwe wending aan de traditie van het stilleven door daarin met compositie en perspectief te experimenteren.
Renee Borgonjen, kunsthistoricus vraagt zich af of er nog plaats voor het stilleven in de hedendaagse kunst? “Meer dan ooit zou je zeggen, nu de definitie ervan is opgerekt. Het stilleven van de 21ste eeuw kan ook een foto zijn of een 'still' uit een videofilm. Stillevens die toeschouwers niet onbewogen laten. Hoe ver kun en wil je daartoe gaan? Een ding is in ieder geval niet veranderd: stillevens raken nog altijd aan de tover van de schilderkunst zelf, aan haar magie een parallelle wereld te scheppen die we, al is het maar voor even of af en toe, kunnen verwarren met de werkelijkheid. Iets waar we in kunnen geloven.
Atelier centraal
De nadruk het atelier tijdens de opening wordt ingegeven door het feit, dat juist dáár verf, penselen en doeken samenkomen en veranderen in kunst. Vroeger gold de uitdrukking ‘Toon me je atelier en ik zal zeggen wat voor schilder je bent’. Het Schilderfestival Noordwijk 2011 tracht antwoord te geven op de vraag of dat nog van toepassing is op de ateliers van nu. Of daar de geest van de kunstenaar wordt weerspiegeld.
In de catalogus verschenen bij de tentoonstelling Mythen van het atelier beschrijft de kunsthistoricus Carel Peters het als volgt:”Maar rond 1875 begonnen de kunstenaars zich juist af te zetten tegen kleinburgerlijkheid en werd het oud-Hollandse volle atelier afgezworen. Het atelier werd nu een echte werkruimte, sober en functioneel. De burger-schilder verdween uit het zicht, de bohemien ontstond: schilders als Breitner, Willem Witsen, Jan Veth en Isaac Israëls gingen daarna voor lange tijd het beeld van de kunstschilder bepalen. Ze waren onaangepast, dronken veel, werkten wanneer ze zin of inspiratie hadden, hadden altijd geldgebrek en hun atelier was een puinhoop.
Mayken Jonkman citeert een prachtige brief aan de dichter Albert Verwey van de vrouw van Josef Israëls, Aleida Israëls-Schaap. Het gaat over haar zoon Isaac Israëls: ‘nu heeft hij zijn talent vermoord, hij is met zijn kunst op een dwaalspoor geraakt, - hij zit in de modder, hij zal er nog voorgoed in omkomen, tenzij hij weer dezelfde rustige eenvoudige schilder-burger wordt van voorheen.’
In de catalogus heeft Eva Geudeker het in afzonderlijke stukken over de belangrijkste attributen van de schilder in zijn atelier, de tools of his trade: over de verf, het palet, de schildersezel en de schilderkist. De uitvinding van de verftube in 1841 veroorzaakte een totale omslag, omdat de verf niet meer zelf door de schilder hoefde te worden gemaakt. Bij de schilder en zijn verf denk je meteen aan de bekende foto van Francis Bacon in zijn atelier: daar zit hij tussen een gigantische korst van jaren opgehoopte verf, kranten, vuil, doeken en half uitgeknepen tubes. Bacon schilderde zijn vervormde menselijke figuren zowel glad als ruw. Hij had daarom heel goed in het lange en originele artikel van Evert van Uitert voor kunnen komen, waarin hij een schets van een nieuwe soort kunstgeschiedenis geeft door bij schilders te kijken of ze fijn en glad te werk gingen, of ruw en breed. Ingres was glad, Delacroix ruw, Raphael was glad, Rubens was ruw. De Haagse School was ruw, en de expressionisten waren ruw. Mondriaan was eerst ruw, en later glad en strak. Aan het atelier van Francis Bacon te zien zou je denken dat hij heel ruw te werk ging. Maar dat was niet zo: het atelier vertelt niet altijd wat de schilder voorstelt, zoals de tentoonstelling Mythen van het atelier leert”.
Kwaliteit
Een aantal jaren gelden is de kwaliteit van het festival geborgd door te stoppen met open inschrijvingen en over te gaan tot selectie. Die selectie beperkt zich tot 100 kunstenaars en door de reputatie van het festival wordt de druk van nieuwkomers steeds groter. Er is dus een permanente toename van de kwaliteit.
De kwaliteit wordt ook bewaakt door te werken met een intendant. In 2007 en 2008 was dat Jurriaan van Hall en voor 2009 en 2010 Sam Drukker.
De Organisatie
Het Schilderfestival wordt georganiseerd door de Stichting ExpoZee. De Stichting ExpoZee produceert het festival. Wij zijn eigenaar van het idee, wij bedenken een programma, wij selecteren kunstenaars en wij zorgen dat het festival organisatorisch en logistiek vlekkeloos verloopt. Het bestuur bestaat uit vrijwilligers die het programma bedenken, de kunstenaars selecteren en de aansturing van het festival op zich nemen. Voor de uitvoerende werkzaamheden tijdens de festivalweek schakelt de stichting een professioneel bureau in.
Aanmelden
Het Schilderfestival in Noordwijk vind dit jaar plaats van 20 juni t/m 26 juni 2011.
Kunstenaars kunnen zich begin 2011 aanmelden via de aanmeldpagina.




